zaterdag 12 november 2011

Concentreren lukt niet, maar tobben wel!

Je leest een boek en je gedachten dwalen af. Minuten lang blijf je hangen op dezelfde pagina. Je wilt geconcentreerd werken. Eerst even je mail checken. Een uur later.... Die klus moet af. Je blijft echter tobben over iets wat vorige week gebeurd is.

Aandacht, concentratie, focus.... We hebben het met karrenvrachten nodig en in dezelfde hoeveelheden tekort.

Eigenlijk is dat niet zo gek. We hebben hetzelfde brein als onze oerbroeders en -zusters van lang geleden. Als zij enorm geconcentreerd (ik roep maar wat) bessen hadden bestudeerd, zonder acht te slaan op hun omgeving, zouden wij er niet geweest zijn.

In het verre verleden had snel afgeleid zijn voordelen.

Daardoor was je alert op veranderingen in de omgeving. Een ongeluk (roofdier) zat in een klein hoekje. Het was eten of gegeten worden.

Tegenwoordig worden we niet meer gegeten. We hoeven niet dagelijks bezig te zijn met overleven. Maar dat betekent niet dat we minder afgeleid worden. Cultuur verandert veel sneller dan een brein dat in miljoenen jaren geëvolueerd is.

In de huidige, ingewikkelde samenleving zit de afleiding veel meer in onszelf.

Als je niet geconcentreerd bent, gaan de voorhoofdskwabben in de default stand. Die standaard (default) instelling is: over jezelf, anderen en dingen die je nog moet doen of hebt gedaan nadenken. Daarvoor hoef je niet letterlijk niks te doen:

Je hoeft maar even niet op te letten en "weg" ben je.

Voordat je het weet, ben je verdwaald in een woud van gedachten die voortvloeien uit allerlei (onbewuste) overtuigingen. Hoe je tegen dingen aankijkt, bepaalt of je al dan niet een tobber bent. Of je het jezelf makkelijk(er) of moeilijk maakt.

Gedachten zijn heel krachtig. Slepen ze jou mee of bepaal jij de koers? Denk je dat je er invloed op hebt of heb je het gevoel dat je eraan overgeleverd bent? Vergeet niet: het is jouw gedachtenkracht.

De energie die in tobbende gedachten gaat zitten, kun je ook gebruiken om ze te ontleden:

  • Schrijf letterlijk op waar je je zorgen over maakt en waarom. (Opschrijven werkt confronterender dan er alleen over nadenken.)
  • Is het werkelijk reëel wat je van jezelf vraagt?
  • Zou je het ook van een ander eisen?
  • Wil je waar je je zorgen over maakt écht zó veel invloed geven?
  • Hoe zou iemand anders naar de situatie kijken?
  • Waarom heb je wel begrip voor anderen, maar niet voor jezelf?
  • Welke gedachten kunnen je verder helpen in plaats van tegenwerken?
  • Hoe zou je je voelen en gedragen door die nieuwe gedachten?

    Als je wilt, kun je jezelf verder helpen. Echt waar.

    Ook al is de situatie nog zo vervelend. Ook al is die ander nog zo'n hork. Jij kunt het verschil maken door hoe je ermee omgaat. Jij bepaalt hoeveel invloed het op jou heeft.

    Gelijk hebben, is iets anders dan gelijk krijgen.

    Het mag nog zo oneerlijk zijn wat er is gebeurd, het is gebeurd. Laat het niet -tig keer opnieuw gebeuren in je hoofd. Daardoor leg je niet alleen een negatief neuraal netwerk aan. Door al die "training" wordt het ook nog eens ijzersterk en dus steeds makkelijker om te activeren. Een vicieuze cirkel.

    Onderzoek je gedachten, de onderliggende overtuigingen, de bijbehorende gevoelens en het gedrag dat daardoor veroorzaakt wordt. Dan wordt duidelijk dat jij de sleutel in handen hebt. Dat jij er een ander patroon voor in de plaats kunt zetten.

    Wat ga jij doen met jouw gedachtenkracht?!

    Geen opmerkingen:

    Een reactie plaatsen